Praatmaatjes

Vandaag organiseerde ik tijdens de les rond ‘personen en gebouwen op de boerderij’ een activiteit met praatgroepjes. De leerlingen kregen een prent van de boerderij en gingen daarover in gesprek – in het Nederlands of, als ze dat wilden, in een gemeenschappelijke andere taal.

Ik stelde de groepjes samen op basis van de talen die de leerlingen spraken. Zo zaten leerlingen die eenzelfde taal deelden bij elkaar. De bedoeling was dat ze, indien ze zich daar goed bij voelden, eerst in hun thuistaal wat over de prent vertelden. Daarna probeerden ze dit ook in het Nederlands te doen. Als ze bepaalde woorden niet kenden, konden ze natuurlijk altijd bij mij terecht voor hulp.

Wat ik erg belangrijk vond, was dat niemand verplicht werd om in een andere taal te spreken. Als een groepje liever in het Nederlands bleef praten, was dat helemaal prima. Enkele groepjes kozen hier ook bewust voor – en dat respecteerde ik volledig.

De groepjes die ik vormde, waren als volgt:

  • Arabisch: 3 leerlingen
  • Frans: 3 leerlingen
  • Engels: 3 + nog eens 4 leerlingen
  • Nepalees: 2 leerlingen
  • Marokkaans : 2 leerlingen
  • Nederlands: 2 leerlingen + nog eens 2 leerlingen

Het was mooi om te zien hoe vlot de gesprekken op gang kwamen. Sommige leerlingen straalden omdat ze eindelijk eens in hun moedertaal mochten vertellen. Anderen vonden het een fijne uitdaging om de overgang naar het Nederlands te maken. Zo combineerden we taalvaardigheid, zelfvertrouwen én verbondenheid in één lesmoment.

0 replies

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *